c1nd1e

Eerlijk delen: selectief informeren

paper
De journalistiek fungeert tegenwoordig voornamelijk nog als doorgeefluik van ‘nieuws’ gedestilleerd uit berichtgeving van persbureaus als AP, Reuters en het ANP. De media lijken te zijn verworden tot een eenheidsworst, die elkaar klakkeloos nablaten en nog slechts zelden kritisch en onafhankelijk opereren.


“De mediabedrijven reflecteren de ideologie van de dominerende klasse, zowel in reportages als in commentaren. Tegelijkertijd geven zij de indruk dat zij vrij en onafhankelijk zijn en in staat om het nieuws evenwichtig en objectief te verslaan. In feite doen de media hun werk opmerkelijk goed. Hun opdracht is niet te informeren maar om informatie te onthouden; niet om de democratie te verdedigen maar om deze te ondermijnen. Hun taak is ons bezorgd te maken over de meest futiele gebeurtenissen die dagelijks plaatsvinden, door veel te zeggen over weinig betekenende zaken.”
Tot zover de Amerikaanse auteur en mediacriticus Michael Parenti over de mainstream media.

Eenzijdige informatie
Parenti wijst op de zogenaamde onafhankelijkheid waar journalisten zo prat op gaan. Maar hoe onafhankelijk kun je werkelijk zijn? Is dat wel een reëel criterium? Je bent werkzaam voor een bepaald medium, al dan niet gefinancierd door deze of gene, hebt een belang, en er is altijd sprake van beïnvloeding door eigen (voor)oordelen, ervaringen, achtergrond en opvattingen. Nieuws komt in veel gevallen niet louter van correspondenten, maar van (staats)persbureaus. Deze persbureaus staan in verbinding met (regerings)woordvoerders en persvoorlichters die hen van (veelal eenzijdige) informatie voorzien. Daaruit destilleren redacteuren ‘nieuws’, dat vervolgens gretig wordt overgenomen door andere redacteuren van andere media. Hooguit een beetje aangepast aan de kleur van het medium, maar in slechts weinig gevallen kritisch tegen het licht gehouden.

Je kunt je vraagtekens zetten bij het credo ‘onafhankelijke nieuwsvoorziening’ wanneer blijkt dat een behoorlijk percentage van alle persbureaus en media in handen is van de Rupert Murdochs van deze wereld, vastgekleefd aan het pluche van de meest machtige conglomeraten. Neem ons eigen Algemeen Nederlands Persbureau. De huidige eigenaar van het ANP met een meerderheidsbelang van (naar schatting) 60% is de investeringsmaatschappij NPM Capital. Deze maatschappij is eigendom van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV) Holding, een machtig industrieel conglomeraat van de familie Fentener van Vlissingen. Is het bezwaarlijk dat deze bronnen niet (volledig) in handen zijn van de Staat? Nee, op zich niet. Die onafhankelijkheid zou juist katalyserend kunnen werken. Het kan echter ook zijn doel voorbij streven, door belangenverstrengeling, bijvoorbeeld. En door de macht van de eigenaar kan kritisch nieuws van binnen de eigen gelederen wellicht eenvoudiger buiten de informatiestroom worden gehouden.

An inconvenient truth
Er lijkt überhaupt weinig ruimte voor kritiek. En wanneer daar wel sprake van is, vind je die tegenwoordig eerder terug op een weblog, waar toch nog altijd minder autoriteit aan wordt toegekend, dan in de mainstream media. Af en toe waagt een kwaliteitskrant als The New York Times of de Daily Telegraph zich aan een gedurfde beschouwing als het gaat om actualiteiten inzake het klimaat, voeding of het nut van inenten tegen welvaartsvirussen als de Mexicaanse griep.
Er heerst een bepaalde consensus als het gaat om het delen van informatie en de waarde ervan. Wanneer je deze consensus ondermijnt, word je aan de kant geschoven als ongeloofwaardig. Zelfs gerenommeerde instellingen als de London School of Economics ontkomt niet aan veronachtzaming als het gaat om wat de mainstream media willen opnemen in hun nieuwscarrousel. Zo deed het instituut onderzoek naar de zogenaamde achterliggende motieven van ‘Kopenhagen’ en presenteerde een opzienbarend rapport dat vlak voor aanvang van de top werd vrijgegeven door de Britse organisatie Optimum Population Trust (OPT). Het rapport spreekt van ‘oproepen tot vermindering van de wereldbevolking met drie tot vijf miljard mensen tussen nu en 2050’. Met andere woorden: om het klimaat te redden en aan CO2-reductie te kunnen voldoen, dient de wereldbevolking met zo’n 45% af te nemen. Dat vertelde Al Gore er niet bij. En we vonden zijn Truth toch al zo Inconvinient…

Marketingtechnisch gezien bleek An Inconvenient Truth een gouden greep voor de ecocratische lobby, waarmee Al Gore zichzelf als beloning weer op de kaart mocht zetten. Het nieuws rondom smeltende poolkappen, hongerende zeehonden en uitdrogende moeraspoelen was niet uit de media te slaan. Het klimaat en de film bleken hot, de opwarming van de aarde een feit. Maar hoe feitelijk is die truth werkelijk, als zelfs vermaarde wetenschappers wereldwijd over elkaar heen buitelen en, naar blijkt uit een artikel in de Britse Times, bevindingen over het klimaat zelfs worden aangedikt of juist afgezwakt ten gunste van de klimaatlobby? Feit is wel dat de consensus wordt gevormd rondom de ‘waarheid die het meest oplevert’: die van uw en mijn portemonnee.

Selectieve waarheden
In de communicatie- en marketingwereld zijn dergelijke selectieve waarheden gemeengoed en aan de orde van de dag. Iedereen wil zijn product zo goed mogelijk in de markt zetten en verkopen. Geloofwaardigheid en imago spelen hierbij natuurlijk wel een significante rol. Het is niet iedereen vergeven de consument ­– oneerbiedig gezegd – zomaar alles voor te schotelen. Dat blijkt bijvoorbeeld wel uit hoe Albert Heijn de consument laat geloven dat het seizoensgroenten het hele jaar in de schappen kan hebben liggen dankzij de Nederlandse kassenteelt. In werkelijkheid laat de grootgrutter groenten uit het buitenland overvliegen. De consument let over het algemeen toch niet op de herkomst. Een groep journalisten deed dat wel, waarop AH een persbericht uitzond: Boontjes uit kas niet beter dan uit Kenia, waarmee het de duurzaamheid van kassenteelt ten opzichte van invliegen van groenten bagatelliseerde. En dus ligt de groenten uit andere werelddelen het hele jaar door in de winkel alsof het gewoon uit de Hollandse kas is geplukt. Misschien niet duurzaam, maar ook niet duur en dat vindt niet alleen de grootgrutter, maar vooral de consument uiteindelijk het belangrijkst.

Monddood
Het gebrek aan onafhankelijkheid als het gaat om wat wij voorgeschoteld krijgen via de (mainstream) media is zelfs steeds meer geaccepteerd. Het ‘nieuws’ dat zij in gedecimeerde vorm de wereld over sturen, lijkt precies voldoende te zijn de publieke opinie te kunnen beïnvloeden ten gunste van hen die daar belang bij hebben. Om de massa schrik aan te jagen (paniekvoetbal in berichtgeving rondom recessie, griepdoden, criminaliteit en klimaat) om ons dom te houden (desinformatie), om ons te entertainen (en niet te veel te laten nadenken). In dat kader is internet een zegen (of een kwelling…).
Als wij ons bewust zouden zijn van wat er zich waarlijk afspeelt bij banken, oorlogen in Afghanistan, Irak, de vermeende kernwapenfeiten van Iran, het Israël-Palestijnse conflict, maar ook lokaal en wat hiervan de motieven zijn, wie waar werkelijk belang bij heeft, waarom er schimmige, trilaterale commissies in het leven moeten worden geroepen en wat er ter plekke gebeurt maar wat niet uitgezonden wordt, konden we daar misschien wel eens tegen in opstand komen.

De tegenwoordige functie van de ‘onafhankelijke’ media lijkt dan ook te zijn: het monddood maken van critici en hersendood van de massa.

Dit artikel verscheen eerder in EYE magazine van Reclameweek.

Eerlijk delen: selectief informeren

2 Responses to Eerlijk delen: selectief informeren

  1. Hernaldo says:

    Politici zullen zelf het poerlbem niet kunnen beheersen. Veelheid aan belangen vertroebelt altijd het beeld. In Nederland hebben we bijvoorbeeld de Autoriteit Financieble Markten (AFM) en De Nederlandse Bank (DNB) en op Europees niveau de ECB. Zo’n type instituut is ook nodig voor toezicht op financieel beleid van landen. Onafhankelijk van de politiek en ook niet bang voor de politiek. Rutte’s idee voor een Euro-commisaris is wel goed bedoeld, maar veel te slap, net als alle andere halfzachte maatregelen tot nu toe. Niet 1 persoon is nodig, maar een organisatie. Geen compromisfiguren als van Rompuy of carrie8re politici als Rutte aan het hoofd, maar iemand als Herman Wijffels, iemand die het echt snapt en bestand is tegen de bankenlobby.Een onafhankelijke institutie, die boven alle partijen met hun eigen financieble belangen en afwegingen staat, hebben we nodig, die jaarlijks alle Eurolanden toetst op de oude bekende criteria (staatsschuldomvang en begrotingstekort) voor Euro-deelname. Een land dat daaraan niet voldoet heeft een jaar de tijd om wel te voldoen en zo niet, dan verlaat het de Euro voorlopig; rode kaart dus en het speelveld verlaten. Alleen zo ontstaat er begrotingsdiscipline.Het oprichten van zo’n institutie is het enige echt goede besluit, dat de regeringsleiders kunnen en zouden moeten nemen. Maar helaas nemen ze zichzelf daarvoor veel te serieus en willen ze elkaar de hand boven het hoofd blijven houden.

  2. gGeorge says:

    Cindy,
    Goed stukje proza! Helemaal met je eens.

    Keep it up!
    Ook namens Adam

    Gr G

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Follow me